sábado, 12 de marzo de 2011

It mat net gekker wurde!

Na de eerste twee weken van het nieuwe semester, zat het ritme er voor iedereen al aardig in en dus hadden we weer eens tijd voor een feestje. Zoals al eens eerder gezegd in een blog, heeft onze discotheek Abril iedere maandagavond en vrijdagavond een Erasmus-feest, en dit betrof een maandagavond dus wij besloten met bijna het hele huis naar Abril te gaan om weer eens lekker de beest uit te hangen. Na een uur getreuzel van een al aardig beschonken Olivier gingen we om half twee dan eindelijk die kant op. Want als je voor 2 uur binnen was, kreeg je een gratis drankje. Nou dat hebben we helaas net niet gered, ondanks dat de loop naar Abril niet meer dan een kwartiertje is. We kwamen namelijk onderweg een matras tegen. Misschien denk je, “wat heeft dat er nou mee te maken?!” Nou Chloe, onze Franse studente Kunsten uit Parijs, is een beetje onze gitana (zigeuner),  dus als zij ziet dat er weggegooide spullen naast containers liggen, is zij de eerste die daar even in rondneust of daar ook nog wat leuks of wat bruikbaars tussen zit. Zo heeft ze onze inboedel al verrijkt met o.a. een parasol, een droogrek, een stoel, Spaanse literatuur en een enorme poster van een knappe vent. En die bewuste maandagavond, toen we met z’n allen naar de Abril liepen, vonden we ons klapstuk: een matras. En niet zomaar een, deze was extra dik en zag er nog piekfijn uit, blijkbaar gekocht bij de Hipercor. Oftewel, die konden we niet laten liggen, dus Chloe en Olivier sjouwden het matras onder een auto vlakbij, zodat niemand anders hem mee zou nemen - stel je voor - en zodat wij hem op de terugweg mee zouden kunnen nemen naar ons huis. Zo gezegd zo gedaan. Dus toen wij om half vier alweer de discotheek uit kwamen rollen (er waren weinig mensen, dus we bleven niet erg lang), was het eerste wat iedereen dacht: “Zou het matras er nog liggen?” Wonder boven wonder was niemand anders op het geniale idee om een matras van de straat mee te nemen gekomen, dus hij lag nog keurig op ons te wachten onder de auto. Chloe en Matthijs hebben hem boven hun hoofd naar huis gesjouwd, heel grappig gezicht. Maar dat vonden twee politiemannen in een patrouillerende politieauto blijkbaar niet. Nou ja, ik kan ze niet helemaal ongelijk geven, ik kan me voorstellen dat ze een beetje argwaan krijgen als ze een groep buitenlandse jongeren op een maandagnacht om half vier met een matras boven hun hoofd door de stad zien sjouwen. Even was ik bang dat ze ons aan gingen houden en gingen vragen wat wij dachten aan het doen te waren, maar toen bedacht ik me, ze hebben helemaal geen reden om ons aan te houden, want naar mijn weten staat er in het Spaanse wetboek niets over het eventueel verboden zijn van het nachtelijk vervoeren van een matras. Chloe moet hetzelfde gedacht hebben, want ze begon te lachen en zei “hola!” De politiemannen zeiden iets onverstaanbaars terug, bleven ons nog even volgen en dropen weer af.

Deze ontmoeting met de politie zou niet de enige van die week zijn, zo bleek de vrijdag daarop, toen wij in ons huis het afscheidsfeest van onze Franse huisgenoot Rémi hadden. Blijkbaar zorgden de uitgenodigde vrienden van Rémi, de vrienden van vrienden van vrienden van Rémi en de muziekinstallatie van Matthijs voor teveel lawaai en daarom hadden de buren met wie wij een muur delen de politie gebeld. Dus toen ik me tussen de menigte wurmde om van de woonkamer naar de keuken te gaan, zag ik ineens twee mannen in de deuropening staan: de Spaanse policía. Fuck. “Hoe zijn die binnengekomen?” dacht ik en “Hoe lang staan die hier al?!” Olivier en Valentine stonden ook net in het gangetje bij de deur en begonnen SSSSSSHH te roepen zodat iedereen doorhad dat hij even stil moest zijn.
- “Is hier ook een Spanjaard aanwezig?” vroeg de langste van de twee.
Chloe haalde een man op die inderdaad Spaans was. De policías legden het verhaal eerst aan hem uit en aangezien ik ongeveer de nuchterste en degene met de meeste taalvaardigheid was, besloot ik daarna de taak op me te nemen dit op te lossen.
“Jullie identiteitskaarten en een bewijs dat jullie hier kamers huren, graag.” zei hij tegen mij, Valentine en Olivier. Met bonzend hart in m’n keel ging ik naar boven om mijn id-kaart op te halen, en terwijl ik dat deed besefte ik dat we nooit een kopie van het contract hebben gekregen. Misschien moesten we nu wel mee naar het politiebureau! Fuck! “Oke, rustig blijven, Martine, het valt vast mee, waar is die stomme id-kaart?!” Olivier en Valentine hadden de hunne al afgegeven en de lange van de twee schreef alles op. De kleinere leek mee te zijn voor wat meer overwicht, maar voor de rest deed hij niets. Maar meneer de politieman was niet de slimste, want toen hij vroeg of dit mijn achternaam was, wees hij naar Leeuwarderadeel. “Uh, nee, daar ben ik geboren, de Jong is mijn achternaam.” Ik dacht, “Duuh, dat staat toch bovenaan én dikgedrukt, logisch dat dat mijn naam zou zijn toch?” Maar goed, dat zei ik natuurlijk niet, want het bleef de Spaanse policía, dus dan hou je je mond wel. Olivier dacht hier duidelijk anders over, mede door de hoeveelheid drank die hij al tot zich had genomen, want die vond dat het tijd was om het ijs een beetje te breken: “Ja dat was immers die gilipollas die in de WK-finale die harde schop uitdeelde!” Waarmee hij natuurlijk die schop van Nigel de Jong bedoelde. Nou als er één ding is wat de Spaanse politie kan ontwapenen is het wel het WK, want dat hebben ze immers gewonnen, dus de sfeer was meteen een stuk relaxter. “Hahaha, en dan ben jij zeker familie van hem?” grapte meneer blauwbroek. Ik zei “Nou nee, de Jong is de meest voorkomende achternaam in heel Nederland, dus ik denk niet dat ik familie van hem ben.” Maar ik moest wel lachen om het feit dat hij dat zo vroeg, en ik dacht, “Als we grappen over achternamen kunnen maken, hoeven we ook vast niet mee naar het politiebureau.” En dat was waar, want toen hij alles had ingevuld, meldde hij ons dat er nu in principe niets aan de hand was, geen boete, geen politiebureau, maar dat als dit weer zou gebeuren dat de buren dan kunnen eisen dat wij uit het huis gegooid worden, en daar heeft de huisbaas dan niets tegen in te brengen. Dus met dat slechte nieuws, moesten ook wij nu uit het huis - intussen was iedereen namelijk al naar buiten gegaan, want het feest moest per direct ophouden - en liepen we naar de groep feestgangers die bij de kruising met Eduardo Dato op ons wachtte. Dus maar meteen naar de discotheek dan, want het was wel het afscheidsfeest van Rémi en dat mocht niet bedorven worden door de komst van deze twee ongenode gasten. Wederom gingen we naar Abril, weliswaar na enig getwist, want de ene helft wilde naar la Alameda gaan - een buurt op ongeveer een uur lopen van ons huis, en in dronken toestand dus twee uur - en de andere helft wilde gewoon naar Abril, lekker dichtbij en altijd goeie muziek. En aangezien het Rémi’s feest was, zouden we doen wat hij wilde en hij wilde naar Abril, dus probleem opgelost. Maar we waren nog maar net binnen of het volgende probleem deed zich al aan: er kwam een beveiliger op ons af en vroeg aan Petr, onze Tsjechische jongen, of hij wel even mee wilde komen. Maar hij spreekt nauwelijks Spaans en ik stond ernaast, dus ik vroeg of er een probleem was. “, willen jullie even meelopen?” Ik begon me haast een crimineel te voelen, eerst de politie al, nu de beveiligers, “nou dit is onze avond niet!” Wederom met het hart in de keel ging ik achter hem aan, gevolgd door Mischa, zijn vriendin, die in paniek vroeg wat er aan de hand was. Ik zei dat ik het ook niet wist, we moeten even praten blijkbaar. Bij de ingang waar het rustig genoeg was om elkaar gewoon te kunnen horen, zei de beveiliger: “Er is een meisje omgeduwd en zij gaf aan dat hij gedaan heeft.” Vol verbazing kijk ik hem aan. Petr een meisje omgooien? Die slaat nog geen deuk in een pakje boter, dit moest een misverstand zijn. “Ik denk dat u de verkeerde voor u heeft, want deze jongen hier drinkt nooit. Hij zit aan de cola zoals u kunt zien. Misschien was het iemand die een soortgelijk shirt aan heeft of zo, want Petr zou dat nooit doen.” Petr leek het misverstand ook te hebben begrepen, want hij vertelde me dat hij inderdaad een jongen had gezien die hetzelfde shirt als hem aanhad. Gelukkig geloofde de beveiliger ons en liet hij ons gaan. Kapot van de zenuwen van de alle toestanden vond ik dat het nu wel tijd was om eindelijk gewoon lekker los te gaan, dansen en lol te hebben. Dat was Mischa met me eens en de rest van de avond verliep zonder problemen, afgezien van een paar waarschuwingen van een beveiliger richting Olivier en Gauthier dat ze niet mochten springen, en we hebben er een feest de puta madre van gemaakt!

lunes, 28 de febrero de 2011

Terug in Sevilla!

Door de kerstvakantie, de daaropvolgende exámenes en een weekje vakantie in eigen land, heb ik al een hele tijd geen nieuwe blog meer geschreven. Nu dat allemaal achter de rug is en ik weer een beetje in het nieuwe schoolritme zit, heb ik er weer tijd voor gevonden, dus zie hier de nieuwe blog. Hij is een beetje kort, maar volgende keer doe ik weer een langere.

Maandag 14 februari begonnen de lessen van het tweede semester, ten minst dat dacht ik, maar helaas bleek al bij de eerste les dat ik al een week achterstand had opgelopen, want blijkbaar waren de lessen al begonnen toen ik in nog Nederland zat. Nou, als een goed begin het halve werk is, is een slecht begin een hele zooi werk, want nu moest is van vijf vakken alle aantekeningen, studiehandleidingen en andere teksten zien te regelen in een klas vol nieuwe mensen. Nou ja, het is wel een goede ijsbreker, dus na mijn eerste week had ik er alweer allemaal nieuwe vrienden bij. Zo ook in de les Geografía de Europa (Aardrijkskunde van Europa). Die woensdag moesten we allemaal een kaart van Europa invullen met de landennamen en hun capital (hoofdstad). “Appeltje eitje” dacht ik, “dit hebben we op de basisschool gehad dus dat kan nooit moeilijk zijn.” Maar dat was te voorbarig, want tot mijn grote schaamte kwam ik er achter dat ik de hoofdsteden van België, Duitsland, Noorwegen, Zwitserland en Polen niet eens wist te noemen, om nog maar te zwijgen over het Oostblok van Europa… Maar ik was niet de enige met een topografisch gat in z’n geheugen, want een van mijn Spaanse klasgenootjes, vroeg mij, “Wat ligt er boven België?” Mijn mond viel open van verbazing, iedereen hier kent Nederland, is het niet omdat ze van ons gewonnen hebben tijdens het WK, dan is het wel vanwege onze beroemde politiek rond de porros (joints).
-“Dat is Nederland! Daar kom ik vandaan.”
- “Oh, oh, oke, en wat is dan de hoofdstad?”
Oh. My. God. Meende ze dit nou?! Maar ja, zoals ik al zei, ook ik wist de hoofdsteden van onze omliggende landen niet, dus ik denkt dat dit nog een leerzaam semester gaat worden!

De donderdag werd er bij de deur van onze verdieping aangebeld en Valentine deed open.
- “Martine, kom eens.”
- “Wat is er dan?”
- “Ik weet het niet, het is een verrassing of zo. Je moet meekomen.”
“Okeeeee,” dacht ik, terwijl ik naar de deur liep en Valentine’s uitgestoken hand vastpakte.
Onderaan de trap stonden María José, een onbekende jongen en Antonio, onze huisbaas. Toen fluisterde Antonio met een brede grijns op z’n kop: “Kun jij misschien met hem praten? Wij verstaan hem niet.” Ik dacht, “wat is hier nou weer aan de hand?! Is dit een of ander sociaal gestoorde persoon die met niemand durft te praten of zo, en misschien krijgt Martine hem aan de praat?” En toen zei de jongen: “Hola.” Nou sociaal gestoord dus niet en als hij Spaans kon, dan kon Antonio hem toch ook wel gewoon verstaan? Toen vroeg ik aan Antonio waarom hij zo fluisterde, want ik kreeg echt de indruk dat er iets geheimzinnigs of zo aan de hand was. “Nee, ik ben verkouden, ik heb geen stem meer.” “Oooooh, zeg dat dan,” dacht ik. Misschien was hier dus toch nog een gewone reden voor, en inderdaad, want toen zei Antonio dat de jongen in het midden een Nederlander was. Vol ongeloof keek ik naar de zwijgende jongen, hij leek totaal niet op een Nederlander, dus ik zei “Ben jij Nederlands?” waarop hij in perfect Nederlands antwoordde “Ja, ik ben Nederlands.” Nu viel het kwartje, het was een ‘verrassing’ van Antonio voor mij, omdat ik had gezegd dat ik wel graag een Nederlander in het huis zou willen hebben en daarom vroeg hij zo met zo’n grijns of ik hem ook kon verstaan. Ik was helemaal blij, want hij was per die avond in het huis gekomen en hij zou het hele semester blijven. Daarna meteen een uur gepraat over van alles en nog wat, en wat een verademing om gewoon eens in het Nederlands te kunnen praten met iemand, over hoe het hier in Sevilla allemaal, hoe verschillend dat is van de Nederlandse cultuur en ga zo maar door. Onze huisgenootjes zitten op de banken en stoelen om ons heen en bekijken het tafereel aandachtig verbijsterd niet snappende dat ik de nieuweling kan verstaan. Nou ja, ook wel logisch, want zij hebben me altijd alleen maar Spaans of Engels horen praten, dus die rare Nederlandse klanken uit mijn mond waren ze niet gewend!

jueves, 30 de diciembre de 2010

De rampen zijn de wereld nog niet uit

Week 12 (29 november - 5 december)
Maandag kon ik op een of andere manier bijna niet mijn bed uit komen,  sowieso de laatste tijd gaat dat moeilijk, maar na twee uur om de negen minuten half slapend op de snooze-knop te hebben geslagen, lukte het me eindelijk, en om tien uur was ik - fysiek - uit bed. Mentaal nog niet. Maar om elf uur had ik al college en op de fiets ben ik een dikke 20 minuten onderweg dus in een half uur moest ik me douchen, aankleden en ontbijten, iets waar ik normaal een uur de tijd voor nodig heb. Het bed schreeuwde werkelijk om er gewoon weer lekker in te kruipen en niet naar de les gaan, maar ik dacht “Nee Martine, kom op, je bent er nu uit, dus nu moet je ook volhouden.” Dus, bikkel ik (ik was echt trots op mezelf, aangezien ik opstond om naar mijn academisch zeer teleurstellende vak te gaan), heb me in constante toestand van haast gedoucht, aangekleed en twee broodjes naar binnen gewerkt. Snel alle boeken in de tas en sleutels pakken en die kant op. En toen haalde het lot een hilarische grap met me uit: mijn voorband van de fiets was lek. Na een paar minuten gevloek en getier vol ongeloof dat dit juist vandáág moest gebeuren (ik had dus net zo goed nog gewoon heerlijk in bed kunnen liggen, grrrr!) bedacht ik me dat ik ook met de bus kon gaan. Maar die is ook al zo’n grapjas, want iedere keer als ik richting die bushalte loop, komt de bus - me bijna uitlachend - net voorbij en moet ik minstens 20 minuten wachten tot de volgende. Dus toen maar besloten niet meer naar die les te gaan. Niet om m’n bed weer in te duiken, ik was nu toch al helemaal ready to go, maar om mijn ‘kapotte’ mp3 naar de servicio de posventa (klantenservice) van de Mediamarkt (jaaa, die hebben ze hier ook in Spanje!) te brengen. Waarom staat die kapotte tussen haakjes, denk je misschien. Nou, dat is een heel dom verhaal, ik dacht namelijk dat mijn mp3 kapot was, want hij wilde niet meer aan. En bij mijn vorige mp3, ook al was de batterij leeg, hij ging altijd even aan om te zeggen dat zijn batterij toch echt op was om vervolgens weer uit te gaan. En aangezien mijn nieuwe mp3 op die vorige leek, dacht ik dat mijn nieuwe mp3 - aangezien hij niet aanging om even te zeggen dat zijn batterij toch echt op was - kapot was, dat hij helemaal niet meer aan wilde. Dus ik naar meneer chagerijn van de klantenservice en die meldde me dat hij binnen 30 dagen (!) gemaakt zou zijn. “Nou fantastisch,” dacht ik, “aangezien dit Spanje is, zal dat wel zes weken worden.” De volgende dag had ik met Anke geskypet en dat haar verteld en toen zei ze: “En heb je ook geprobeerd hem aan te doen terwijl hij aan de stroom zat?” Shit. Nee! Oh, wat dom! Hij was dus waarschijnlijk helemaal niet kapot!!! Ik kon mezelf wel voor m’n kop slaan, ik was die mp3 - door mijn domme geredeneer - minstens een maand kwijt, om hem te laten ‘reparen’…

Maar goed, die fiets was wél echt kapot, dus ik dacht laat ik daar ook maar meteen verandering in brengen, deste eerder kan ik hem weer gebruiken en hoef ik niet meer met de bus. Dus aan de bouwvakkers die in ons huis waren - de eerste verdieping kreeg een nieuwe keuken geïnstalleerd, daarover straks meer - gevraagd of zij hier in de buurt ook een fietsenmaker wisten en dat wisten ze gelukkig wel als echte sevillanos. Dus daar heen en meneer de fietsenmaker vertelde me dat de binnenband lek was en dat de buitenband ook helemaal versleten was en dat die dus eigenlijk ook vervangen moest worden - kon ik hem niet helemaal ongelijk in geven. “Wat kost dat dan?” vroeg ik. “€15 voor beide banden.” Nou dat viel honderd punten mee aangezien wij bij Hotze €17 mogen neerleggen voor alleen een nieuwe binnenband. Ik zei: “Doe dan meteen de achterband ook maar, die is net zo versleten, en anders zal je zien dat ik hier morgen weer voor de deur sta.” Dus meneer de Spaanse fietsenmaker had er weer een dikke klant bij.

Dan nog even over de keuken die de eerste verdieping kreeg geïnstalleerd. Die nieuwe keuken is een onderdeel van het plan van onze huisbaas Antonio om het hele huis te renoveren. Onze verdieping is al helemaal klaar en ik moet zeggen dat ze goed werk geleverd hebben. Maar dat kan niet gezegd worden van dit nieuwe project: de keuken van de eerste verdieping is werkelijk afzichtelijk geworden. Om te begrijpen wat ik bedoel, ga ik even een beeld voor jullie schetsen: de kastjes zijn helemaal wit, net als in de vorige keuken, daar is op zich niets mis mee, een mooie neutrale kleur. Dan de vloer, die is van lichtblauwe tegeltjes, iets minder geslaagd maar daar valt nog mee te leven. Maar nou komt het, want het stijlgevoel van de vrouw van de huisbaas heeft bepaald dat het keukenblad en de keukentafel helemaal feloranje moesten worden. Fel oranje! Zo oranje als de naranjas (sinaasappels) die hier aan de bomen hangen! Als er één kleur is die per definitie NIET bij blauw past, is dat oranje, want dat is de tegenovergestelde kleur, net als geel en paars ook een vloekende combinatie is. En dat is nog niet alles, in dat bijna Hollands aandoende oranje van het keukenblad en de keukentafel zitten ook nog kleine stukjes glinsterend goud…  Het doet bijna zeer aan je ogen als je er naar kijkt. En toen ik die dinsdag of woensdag even de oven moest gebruiken, (alleen de eerste verdieping heeft een - werkende - oven) vroeg María José, zo heet de vrouw van Antonio, wat ik tot zo ver van de nieuwe keuken vond.
- “Nou wel een beetje fel dat oranje he?”
- “Ja, vind je? Nee, vind ik wel mee vallen hoor.”
- “Ja… Uhm, kan ik de oven gebruiken?”

domingo, 26 de diciembre de 2010

Motorisch gestoordheid en pornofilms

Week 11 (22 - 28 november)
Aangezien ik me vijf weken geleden had ingeschreven bij de SADUS, het sportcomplex van de universiteit, leek het me wel eens tijd om daadwerkelijk gebruik te gaan maken van dat zelf afgesloten, in één keer gelukte, sportabonnement. Dus dinsdag met Valentine met de bus richting Los Bermejales, de buurt waar dit complex staat. We zouden eerst van 19h tot 20h een uurtje aerobics doen en daarna een half uur GAP Express (oefeningen om je buik- en beenspieren te trainen). Toen wij om vijf over zeven de zaal binnen kwamen, was de les al begonnen (een stiptheid die ik niet was gewend van de Spanjaarden), en zo’n twintig meiden en vrouwen huppelden en sprongen rond, zoals de lerares dat voordeed. Nou, snel erbij en het ritme proberen te vinden. Die heb ik helaas nooit gevonden. Valentine wel, al heel snel, want die deed al jaren aan aerobics en wist volgens mij alle pasjes al uit haar hoofd. En het leek dat de rest er ook niet voor het eerst was, want iedereen deed moeiteloos mee met de lerares terwijl ik me al snel een motorisch gestoorde begon te voelen, want wat ik ook deed, het tempo lag veel te hoog en de pasjes die ogenschijnlijk zo makkelijk leken, waren te complex voor mijn hersens om er mee uit de voeten te kunnen. Letterlijk. Dus na een kwartier verwoede pogingen om onder andere mijn linkerbeen al draaiende voor mijn rechterbeen te krijgen en op hetzelfde moment mijn armen in de tegengestelde richting te bewegen, gaf ik het op. De resterende drie kwartier heb ik in een hoek van de zaal op de zittend op de grond doorgebracht, met verbazing kijkende naar de rest die de nog steeds moeiteloos de lerares volgde. Ik was echt de enige die het niet had bij kunnen houden. Toen de les eindelijk afgelopen was, hadden we GAP Express, in dezelfde zaal. Dat waren gelukkig makkelijkere oefeningen, maar ze waren wel zwaarder voor de spieren. Maar ik kon de lerares goddank volgen, dus ik voelde me niet meer een lelijk eendje of een schaap met vijf poten.

Vrijdagochtend had ik weer mijn academisch zeer teleurstellende vak: Las Lenguas del Mundo. Waarom is dit vak zo academisch teleurstellend? Nou, als je docent de hele les bij alle uitleggingen steeds de behoefte voelt om overal onomatopeïsche geluiden als tak tak tak, prr prr en wga wga wga bij te maken, voel je je echt niet meer een universitair student, maar meer een kleuter die leert welk dier welk geluid maakt. Het is werkelijk gênant, hij probeert leuk te zijn, zo’n docent die vrienden wil zijn met z’n leerlingen, en je krijgt echt het idee nog in de brugklas te zitten. Iedere keer als hij zich weer zo verlaagd kijken Ula, een Poolse vriendin hier, en ik elkaar aan met een blik van ‘wat-dóen-we-hier?!’  Maar het kan erger, dat werd vandaag wel duidelijk. Meneer schuwt ook niet voor seksueel getinte opmerkingen over onderwerpen die daar werkelijk niets mee te maken hebben. We hadden het over verschillende taalregisters (taalgebruik al gelang naar leeftijd, opleidingsniveau en sociale context) en over hoe raar het eigenlijk is dat bij het nasynchroniseren van films en series - wat ze hier in Spanje áltijd doen, tot aan de reclames toe - altijd een nette stem gekozen wordt, terwijl er soms bij bijvoorbeeld ‘gangsterfilms’, zoals meneer ze noemde, je juist een veel stoerdere en vulgairdere stem nodig hebt om het geloofwaardig te houden. “Net als in pelis porno (pornofilms), daar heb je dat ook,” deelde meneer heel ‘grappig’ mee. En dan met zo’n domme lach daarna van, “ja, dat weten jullie ook wel hè?” WAT?! Dios mío, dit méént hij toch niet?! Ula en ik hadden het niet meer, hoe konden we hem nu ooit nog serieus nemen?! Nou ja, Ángel - dat is z’n naam, heel tegenstrijdig aangezien dit ‘engel’ betekent - had z’n doel weer bereikt: de afstand tussen docent en leerling tot een - onbehaaglijk - minimum brengen.

miércoles, 8 de diciembre de 2010

Heit, mem en Nynke op bezoek!

Week 10: (15 - 21 november)
Woensdag was een superleuke dag, want heit, mem en Nynke zouden die avond rond 19u aankomen op Sevilla Airport! Om 17u vertrok ik van mijn huis richting de bushalte, om vervolgens natuurlijk net de bus te missen. Er gaan namelijk maar twee bussen per uur, dus ik heb daar eerst nog een half uur gewacht. Toen de bus eindelijk kwam, was het nog maar een kwartiertje naar het aeropuerto en daar heb ik nog ongeveer drie kwartier gewacht. De ene naar de andere vlucht landde en hordes mensen kwamen bepakt en bezakt uit de slidedeuren te voorschijn, de ene zoekend naar degene(n) die hem of haar op zouden halen, terwijl anderen meteen naar de uitgang liepen, bellend en zakelijk aan het doen. Vóór de vlucht van heit, mem en Nynke, was er een vliegtuig uit Rome aangekomen, waarin werkelijk alléén maar oudere mensen uit kwamen. Allemaal werden ze opgewacht door vrolijke groepsleiders die blijkbaar vanaf het vliegveld hun groepjes gepensioneerden naar of Córdoba of Cádiz (twee grote steden hier in de buurt) zouden brengen voor een citytripje. Op een gegeven moment kwam er een jongere vrouw en een jongen door de deuren, wat er wel op móest wijzen dat er een volgende vlucht was aangekomen, dus ik keek op het bord met arrivals en ja hoor, vlucht FR6444 vanaf Brussel Charleroi was aangekomen! Nu konden heit en mem en Nynke ieder moment door de bijna magisch aandoende slidedeuren komen, een heel raar idee. Na twintig minuten gespannen zoeken naar een bekende kop tussen al die voor mij nietszeggende gezichten bij iedere keer dat de deuren weer open gingen, kwam heit als eerste lachend door de deur. Ik begon meteen te huilen van de ontlading en van ongeloof dat ze hier nu echt waren. Na de nodige tranen en omhelzingen met iedereen, gingen we weer naar buiten om op de bus te wachten die ons weer naar de stad zou brengen. En toen viel het me meteen al op dat ik al aardig geïntegreerd was geraakt in de Spaanse cultuur, want toen de tweede bus (de eerste zat helaas al vol) na tien minuten er nog niet was, zei heit al: “Nou, komt die bus nog ris?” terwijl ik me er nog niet eens van bewust was dat de bus ‘te laat’ was. Ik zei: “Hij komt wol, it gjit hjir net sa op de tiid, der komme gewoan twa busen per oere, mar dat wol net seze dat dat dus ieder heal oere is.” En na nog een kwartier te hebben gewacht, was daar dan eindelijk de bus die ons weer naar de stad bracht. We stapten uit bij Nervión Plaza (het grote winkelcentrum in mijn wijk) en liepen vervolgens met de koffers richting het pension van heit en mem om daar een van de drie koffers te dumpen. Ja, maar een. Want een koffer was van Nynke - en die zou bij mij op de kamer slapen - en de andere zat vol met warme kleren en andere spullen voor mij, die ik hen had gevraagd mee te nemen uit ons koude kikkerlandje. Daarna zijn we naar mijn huis hier gegaan en heb ik een heerlijke echte Hollandsche maaltijd klaargemaakt (aardappelschijfjes met doperwtjes en een gehaktbal, en voor heit natuurlijk zijn onmisbare biertje), want ik wist dat ik ze daar veel gelukkiger mee zou maken dan met een paella van zeedieren en rijst.

De donderdag ben ik gewoon naar mijn colleges gegaan, want die waren wel belangrijk en aangezien ik de weken daarvoor door het buikgriepje en de verkoudheid ook al niet bij alle lessen kon zijn, wilde ik liever niet nog meer missen. Heit en mem en Nynke zijn toen naar Plaza de España geweest en hebben het centrum bezocht en ‘s avonds om 20u na mijn laatste les hadden we afgesproken voor de universiteit om ergens in de stad even wat te eten. Maar die avond had ik weer een van mijn tussentijdse toetsen van Latijn en die liep weer uit tot half negen, dus toen ik uit het lokaal kwam, heb ik meteen heit gebeld dat ik er aankwam. Daarna zijn we niet zoals de meeste mensen culinair uit eten gegaan, maar zijn we, omdat het al zo laat was en iedereen honger had, naar de Boston Burger gegaan, tegenover de universiteit. Dus in plaats van typisch Spaanse tapas werden het een hamburger met een biertje voor heit, een spaghetti met thee voor mem, een pizza met cola voor Nynke en een soort lasagne met ijsthee voor mij.

De vrijdag heb ik ze een rondleiding gegeven door de universiteit, om te laten zien waar ik dus zoal mijn dagen doorbreng. Vonden ze heel leuk, want nu hebben zij ook eindelijk een beeld van hoe ik hier leef. Daarna nog bij de fontein van de universiteit een familiefoto laten maken door een voorbijlopende toerist, welke tot grote ergernis van mem alle fototechnische wetten had overtreden, maar goed we hadden een foto met ons allevier. Dat is geloof ik de enige van de 600 (!) foto’s die mem in die zes dagen heeft gemaakt ;). Daarna zijn Nynke en ik aan het winkelen geslagen en hebben heit en mem nog het park María Luisa bezocht, als ik het me goed herinner.
De zaterdag hebben we een soort Sinterklaas gevierd, weliswaar met alleen kado’s voor mij, want ja op 5 december kon ik er niet bij zijn natuurlijk. En de Dichtpiet, a.k.a. mem, had er ook nog een paar lieve gedichten bij gedaan. Daarna zijn we niet meer de stad in geweest, gewoon een lekker rustig dagje! Die avond zijn Nynke en ik nog naar een discotheek hier vlakbij geweest, genaamd Paddock, en dat was heel gezellig. We hadden veel mannelijke aandacht met onze lengte en blonde haren!
De zondag hebben we nog een rondvaarttocht gemaakt over de rivier die door Sevilla stroomt, was heel gezellig en gelukkig was het mooi weer. En zelfs ik had ook weer wat nieuwe dingen over Sevilla geleerd van het automatische bandje die onze gids moest voorstellen!

domingo, 28 de noviembre de 2010

Wat voor titel zal ik deze blog eens geven?

Week 9: (8 - 14 november)
De maandag weer helemaal hersteld van het buikgriepje, maar de vreugde was maar van korte duur, want de woensdag werd ik wakker met een heerlijke catarro, oftewel verkoudheid. Maar dat mocht de pret niet drukken, want die avond had ik met Nathalie, Karlijn en Isabelle en nog zeven Belgische meiden afgesproken een Hollandse/Belgische avond te houden om weer eens lekker Nederlands te kunnen praten! Zo konden we ongegeneerd alle tekortkomingen van de Spanjaarden ten opzichte van ons noordelingen de revue laten passeren: denk bijvoorbeeld aan het Spaanse organisatorisch (on)vermogen, hun ietwat twijfelachtige smaak voor huisinrichting en het “respect” dat ze voor de vrouwelijke helft van de samenleving tonen door middel van gejoel, geschreeuw en ongewenste intimiteiten. Als locatie voor deze gezellige meidenavond hadden de Belgische meiden het tapasrestaurant uitgezocht waar helemaal gek van waren, genaamd Los Coloniales. Na enige verwarring over waar deze zich eigenlijk bevond (volgens een barman moesten we rechts, maar volgens een voorbijlopend paar moesten we toch echt links… Later bleek dat er in Sevilla twee restaurants Los Coloniales heten...), konden we eindelijk aanschuiven en genieten van de Spaanse keuken, onder het genot van een wijntje of sangriaatje. Dat moesten we de Spanjaarden wel nageven, ondanks hun gebreken, zijn zij wel de meesters in de kookkunst en dat voor een allerzachtst prijsje: voor een hele avond tafelen voor elf meiden, inclusief de drankjes, hoefden we per persoon slechts een schamele €8,25 neer te leggen. Dat geloof je toch niet, dat ben je in Nederland alleen al kwijt voor het voorgerecht! Dus diezelfde onintelligente en respectloze Spanjaarden hadden meteen alweer onze harten gestolen…

Vrijdag na college op weg naar huis merkte ik een ongewoon straatbeeld op: veel meer mensen dan normaal liepen op straat, bijna allen hadden ze sjaals om, en dat terwijl het nog steeds een aangename 18 graden was, op een of andere manier was 90% van hen man en werkelijk allemaal liepen ze één en dezelfde richting op. “Wat is hier aan de hand?!”, dacht ik bij mezelf. Ik had het nog maar net gedacht of daar doemde de oplossing in de verte al op: het voetbalstadion van Sevilla. Dat verklaart alles.

De zaterdag had ik met Lizzy, een Schots meisje, en haar novio (vriend) Mario afgesproken om daar te komen eten om eens Schotse culinaire hoogstandjes te proberen. Misschien was het beter geweest als zij bij mij waren komen eten, niet dat ik nou een keukenprinses ben, maar mijn huis is in ieder geval makkelijk te vinden. Lizzy woont namelijk in een flatgebouwencomplex hier dichtbij, maar ondanks de korte afstand die ik hoefde af te leggen heb ik er bijna drie kwartier over gedaan. Ze had gezegd dat ze op nummer 154 woonde, 7e verdieping. “Prima, moet goed komen,” dacht ik. Maar algauw bleek dat aan die beschrijving drie flatgebouwen voldeden: 154A, 154B en 154C. Daarbij hadden die allemaal een linkertrap en een rechtertrap die allebei naar verschillende appartementen op de 7e verdieping leidden. Maar Lizzy had niets over welke kant van het gebouw, en dus welke bijbehorende trap, ik moest hebben. En om het helemaal compleet te maken, leidde iedere aparte trap weer naar twee verschillende appartementen: 7A en 7B. En ook daar had ze me niets over verteld. Nu denk je misschien, “Nou bel haar even op, dan weet je welke je moet hebben, geen probleem toch?” Nee, inderdaad geen probleem, ware het niet dat Valentine mijn telefoon die avond had. Het modem van ons nieuwe internet was namelijk aangekomen, maar niet iedereen kon zich op het internet aansluiten, dus die hing al anderhalf uur aan de telefoon met een of andere técnico van Yacom om dat probleem de wereld uit te helpen. Dus daar stond ik ’s avonds om 22u (want zo laat eet met hier ’s avonds), in een uitgestorven straat, zonder mobiel, met de fiets aan de hand, voor een doolhof van flatgebouwen. De wanhoop had nog net niet toegeslagen of er kwam een vrouw uit een van de vele gebouwen naar buiten. Ik snelde naar haar toe en vroeg welke van de gebouwen 154 was. “Oh das makkelijk, hier links om dit gebouw hier voor je heen en dan aan het eind weer links.” Opgelucht en vol vertrouwen volgde ik de aanwijzingen van de aardige mevrouw op. Maar eenmaal aangekomen, bleek dat gebouw 152A en 152B mij aangaapten. Na wat om me heen te hebben gekeken, bleek er geen 154 in de buurt te zijn. Dan maar even bij het barretje naar binnen, wat zich tegenover één van die gebouwen bevond. Een oude Chinese man en wat neem ik aan zijn dochter was, runden het zaakje en vroegen me wat ik wilde. Ik zei dat ik gebouw 154 nodig had.
- “Welke? Er zijn drie: 154A, B en C.”
- “Ja, dat weet ik eigenlijk niet.”
- “Nou, maakt niet uit, ze bevinden zich allemaal bij elkaar. Hier weer terug en om dat gebouw heen rechts, daar staan ze.”(Daar kwam ik net vandaan!)
- “Nee, dat denk ik niet, want ik heb net aan een mevrouw gevraagd en die stuurde me juist hier heen.”
- “Nee, nee, dit er is blok 152, 154 is daar, ik loop wel even met je mee.”
Dus daar liep ik met een klein Chinees mannetje over de nog steeds doodstille straten, naar de gebouwen waar ik net vandaan was gekomen, waar die vrouw me had ‘geholpen’. En ja hoor, in koeienletters stond er 154A op de muur van een van de drie. “Waarom heb ik die niet eerder gezien?!” sloeg ik mezelf voor de kop. Ik bedankte de man voor z’n hulp en terwijl ik dat deed, kwam toevallig diezelfde vrouw er weer aan. Ze keek me aan en naar de Chinese man naast me en vroeg waarom ik hier nog stond.
- “Nou, dit is gebouw 154 en die had ik nodig.”
- “Oh, zei je 154? Ik dacht dat je 152 zei!”
“Uh nee, 154,” zei ik, terwijl ik me ontzettend verbaasde over de belachelijkheid van het misverstand, want hoe moeilijk is het om het verschil tussen twee (dos) en vier (cuatro) te horen?! Maar goed, de vrouw wilde me nog steeds helpen en vroeg hoe de persoon heette wie ik zocht, misschien kende ze diegene ook en dan hoefde ik niet alle drie gebouwen af te gaan. Ik zei de naam en dat ze op de 7e woont, maar de vrouw kende haar helaas niet. “Maar,” zei ze, “dan kunnen het gebouw 154B en C niet meer zijn, want die zijn kleiner, die hebben maar vijf verdiepingen.” Dus al die tijd stond ik al bij precies het goede gebouw. Ik bedankte haar en terwijl zij weer naar binnen ging, waagde ik me aan de intercom. Aangezien er twee trappen in het gebouw waren die allebei naar twee appartementen leidden, had ik vier opties. Nummer 1. Geen gehoor. Nummer 2. Mannenstem. Ik dacht, misschien is het Mario. “Hola, ben jij dat, Mario?” zei ik in de krakerige microfoon van de intercom. Een chagrijnige man deelde me mee dat hij geen Mario kende. Ik wilde nog sorry zeggen, maar de man had alweer opgehangen. Dan nummer 3. Een vage meisjesstem antwoordde. “Lizzy, ben jij dat??” vroeg ik, verrukt dat dit haar wel eens zou kunnen zijn en dat het gezoek dan afgelopen zou zijn. Een raar krakend geluid kwam door de nu onverstaanbare intercom, maar de deur werd opgedaan, dus ik nam maar aan dat het Lizzy was geweest. Maar nu stond ik voor de twee trappen. En aangezien ik niet in liften durf, moest ik ook met de trap. Maar de zevende verdieping was de hoogste, en als ik de verkeerde trap zou kiezen, moest ik weer helemaal naar beneden en vervolgens de andere trap helemaal op! Dilemma, wat te doen? Na een mislukte poging om de beste oplossing te vinden, besloot ik voor de rechtse te gaan, want het maakte toch niet uit, het was 50% procent kans, dus dan maar hopen dat ik de goede had gekozen. Maar halverwege, bij de derde verdieping, had ik zo’n gevoel dat ik me op de verkeerde trap bevond. Na enig twijfelen, besloot ik er op te vertrouwen dat dat gevoel klopte en ging ik weer naar beneden om de linker trap te nemen. Ik hoopte echt dat dat gevoel gelijk had, want zo niet, dan moest ik weer helemaal de linkertrap af en alsnog weer de rechtertrap op, en dat met de verschrikkelijke gedachte dat ik er, had ik niet op dat gevoel vertrouwd, al bijna was geweest! Dus uitgeput kwam ik aan op de zevende verdieping van de linkertrap. Het moment van de waarheid. Welke van de twee appartementen zou het zijn, áls dit inderdaad de goede trap was. 7A of 7B? Ik was even stil om te luisteren of ik ook stemmen hoorde die ik zou kunnen herkennen, want je wilt natuurlijk niet ’s avonds laat hijgend aan de deur van een vreemde verschijnen. In 7A meende ik een stem van een oudere vrouw op te vangen, dus met een mengelmoes van twijfel en voorbarige euforie belde ik aan bij 7B. En na enige momenten van gespannen wachten verscheen Lizzy in de deuropening. Wat een opluchting! Ze vroeg waarom ik zo laat was, het was inmiddels al 22.40u, dus ik legde haar het hele verhaal uit. Op dat moment realiseerde ik me ineens dat ik de fiets nog bij dat barretje had laten staan, zonder hem ergens aan vast gebonden te hebben, want ik wilde alleen maar even wat vragen, dus had ik hem niet op slot gedaan. En als ik hem nu niet op zou halen, zou ik hem de volgende dag weer op de Mercadillo terug moeten kopen, en daar had ik natuurlijk geen zin in, dus toch maar ophalen dan. Joder (beter als ik dat niet vertaal ;)). Nog nahijgend van de klim, mocht ik weer de hele trap af, naar het barretje lopen, mijn fiets ophalen, weer terug naar haar gebouw om hem daar binnen de hekken vast te zetten om vervolgens wéér helemaal de trap op te gaan. Lizzy zei dat ze wel even met me meeging en rond 23u konden we eindelijk aan tafel. Ook Mario was inmiddels nieuwsgierig geworden waarom het allemaal zo lang had geduurd, dus hem ook alles verteld. Ik had inmiddels honger als een beer gekregen en heb de Schotse lekkernijen naar binnen geschoven alsof mijn leven er van afhing.

Diezelfde zaterdag waren heel veel huisgenootjes op stap geweest, kwam ik die nacht om 5u achter toen de serene stilte in het huis doorbroken werd door het dronken lawaai waar ze mee thuiskwamen. En het vervelende is dan dat ze niet meteen naar bed gaan, maar nog na gaan drinken, als ze dat er nog niet uit gekotst hadden. Om 6u was het eindelijk wat stiller geworden, dus ik kon weer verder slapen. Volgende dag, of eigenlijk, diezelfde dag dus, lekker rustig zondagje gehad. Pas rond 15u kwam een van mijn verdiepinggenootjes uit bed. Of dat dacht ik tenminste: uit de kamer van Olivier kwam niet Olivier zelf tevoorschijn, maar Karl. Met alleen een onderbroek en een paar sokken aan. Verbaasd - niet alleen om het feit dat het Karl was, maar ook om de manier waarop hij daar in het gangetje stond - vroeg ik hem waarom hij hier geslapen had. “Olivier was te dronken om de trappen op te komen. Hij is in mijn bed in slaap gevallen, dus toen ben ik maar in zijn bed gaan slapen.” Zo gaat dat hier bij ons in huis, wat er ook gebeurt, we zorgen altijd voor elkaar ;).

martes, 9 de noviembre de 2010

De wonderen zijn de wereld nog niet uit

Week 8: (1 - 7  november)
Deze week begon niet erg leuk, aangezien ik dus een buikgriepje had opgelopen het weekend ervoor. Heb de zondag de helft van de dag in bed gelegen en toen Berber en ik daarna om 14u even naar de OpenCor (zoals de naam al enigszins doet vermoeden, dit is supermarkt die bijna altijd open is, dus ook op zondag) wilden gaan om wat broodnodige boodschappen te doen, werd ik op de terugweg licht in m’n hoofd en zag het er naar uit dat, na al te hebben overgegeven op straat de dag ervoor, ik nu zou gaan flauwvallen op straat. Dat idee vond ik echt te gek voor woorden, dat weigerde ik gewoon. Ik wilde zo snel mogelijk naar huis, dus steeds diep uitademen (ik was namelijk aan het hyperventileren) en op een of andere manier hadden we het gered. Mijn kamer is immers op de tweede verdieping, maar ik was echt niet in staat om de trappen nog op de gaan, en dat zou ook veel te gevaarlijk zijn geweest, dus klopte ik aan bij de deur van de begane grond en zij hebben mij verzorgd totdat ik weer wat was bijgekomen. De rest van de dag dus ook maar de hele dag in bed gebleven. Die avond voelde ik me al weer een stuk beter en ik had die nacht ook goed geslapen, dus de volgende dag, de maandag, besloten Berber en ik nog even Sevilla in te gaan, aangezien het haar laatste dag in Sevilla was. Dat bleek achteraf overmoedig en mijn overmoed zou die avond gestraft worden met weer overgeven (voor de verandering was ik nu wel gewoon thuis) en me beroerder dan ooit voelen. Aangezien Berber haar vlucht de dinsdagochtend al om 06.30 zou vertrekken, kon ik haar ook niet meer op de taxi naar het vliegveld zetten, dus het afscheid om 4.00 ’s nachts was nou niet echt wat je noemt warm. Niet heel leuk voor Berber natuurlijk, en ik vond het zelf ook heel vervelend, maar ja “at it net kin sat it mat, dan mat it mar sat it kin.”
De dinsdag voelde ik me ontzettend zwak, na ook een rotnacht, en heb ik weer de hele dag in bed gelegen en af en toe voorzichtig wat gegeten. Niet te veel natuurlijk, want dan zou het er misschien net zo hard weer uit komen, maar ik kon ook niet niet gaan eten, want dan werd ik juist misselijk van de honger. Dus de hele dag balanceren op het randje van ‘wordt dit teveel of heb ik dit juist nodig?’ 10 digestive koekjes (moalkoekjes in het Fries, in het Nederlands weet ik de term niet), 4 appels en 2 danone-toetjes later, voelde ik me ’s avonds al iets beter, maar nog niet in staat om ook maar naar de wc of de keuken te gaan. Om half zeven werd ik echter opgeschrikt door mijn telefoon, de beltoon schelde ineens door de kamer en na een paar tellen drong het tot me door dat iemand me aan het bellen was. Met de luttele krachten die ik die dag had opgebouwd met de o zo energiegevende moalkoekjes, richtte ik mezelf op in bed en pakte ik de telefoon van m’n nachtkastje. Ik nam op met “Sí?” en een of andere man stak een groot verhaal af, waarvan ik alleen de woorden ‘internet’ en ‘ya’ opving. Het duurde namelijk even voordat de hersenen waren overgeschakeld op het Spaans. “Perdona, wat heeft u nou net gezegd?” Weer onverstaanbaar snel Spaans, maar aangezien ik het kernwoord ‘internet’ had opgevangen vroeg ik of hij misschien één van onze ‘vrienden’ van Jazztel was. “Nee, wij zijn Yacom (dat verklaarde meteen die ‘ya’ die ik op één of andere manier had opgeslagen).” Ik had namelijk laatst een keer naar hun gebeld? Nou wist ik dat ik ziek was en dat ik dan misschien niet alles even helder op een rijtje had als normaal, maar ik wist zeker dat dat toch echt niet het geval was, dus ik vroeg of onze huisbaas Antonio hen misschien had gebeld. Ja ja, dat kon het wel eens zijn en Antonio had toen mijn telefoonnummer doorgegeven om het verder te regelen. Op een of andere manier ben ik nu dus gebombardeerd tot de hoofdverantwoordelijke voor het internet van het hele huis, lekker dan. Nou meneer Yacom, vertel dan maar even wat jullie aanbieding inhoudt. Het klonk goed, snellere verbinding, de eerste zes maanden maar €30 en daarna €40, wat dus gemiddeld zo’n schamele €3 per persoon is, ideaal. “Maar voordat u verder gaat, is het een probleem dat ik in Nederland, op mijn Nederlandse bankrekeningnummer, een lening heb? Want bij Jazztel was dat een enorm probleem en als dat bij jullie ook zo is, kunnen we meteen wel ophouden.” Stilte. En toen kwam het beste antwoord van alle mogelijke antwoorden die de man had kunnen geven: “Nee hoor, we hebben alleen uw gegevens nodig en uw bankrekeningnummer.” Ik kon het niet geloven, zou het nu eindelijk eens een keer lukken om fatsoenlijk internet af te kunnen sluiten?! “Fantástico,” zei ik, en na me ervan te hebben verzekerd dat we inderdaad niet meer moesten betalen dan wat hij had gezegd (installatiekosten en dat soort flauwekul), gingen we door met de gegevens en het bankrekeningnummer. Nadat de man alle gegevens nog een keer had herhaald om er zeker van te zijn dat alle nummers enzo klopten, vroeg ik of er nu van die verificadores gingen bellen om te controleren of ik wel ben wie ik zeg dat ik ben. Weer stilte.
- “Uh nee.”
- “Nee?”
- “Nee, we zijn klaar.”
Weer zo’n hemels antwoord! Ik kon het niet geloven: ik lag al de hele dag ziek, zwak en misselijk op bed, maar ik had internet afgesloten :D! Ik voelde me opslag niet meer ziek. Maar we zijn er nog lang niet, nog nergens van uit gaan Martine. Het gaat altijd op één of andere manier wel weer fout, dit was pas de eerste stap in het tergend lange proces. De hele avond nog gewacht of ze terug zouden bellen met het nieuws dat er tóch iets verkeerd was gegaan, maar dat telefoontje bleef goddank uit en met een tevreden lach viel ik weer in slaap.

Helaas zorgde het gelukzalige idee dat we eindelijk fatsoenlijk internet hadden af kunnen sluiten er niet voor dat ik inderdaad niet meer ziek was, maar de dagen erna ging het wel steeds beter en de vrijdag voelde ik me zelfs zo goed, dat ik me, zij het met enige twijfel, weer aan de colleges waagde. Ik heb ’s ochtends een vak gevolgd, maar ben niet naar het college daarna gegaan, want ik merkte dat ik toch nog wat meer moest uitrusten. ’s Middags weer geslapen en toen ik weer wakker werd, voelde me al weer een stuk beter, waardoor ik besloot ook nog maar even naar mijn college van die avond, Latijn, zou gaan. Misschien zou ik er niet zo veel van begrijpen, omdat ik de afgelopen drie lessen er niet bij had kunnen zijn, maar dan kon ik wel alvast even iemand vragen of ik zijn of haar aantekeningen mocht kopiëren, om de schade weer wat in te kunnen halen. Leuk bedacht allemaal, maar de docente dacht er anders over, want toen ik om zeven uur het klaslokaal binnenkwam, werd het me al gauw duidelijk dat dit geen normale les zou worden: we hadden een tussentijdse toets. Maar dat wist ik natuurlijk niet, dus ik had niet geleerd, en bovendien zou die toets ook over stof gaan die ik had gemist. Dus meteen de situatie aan de profesora uitgelegd, en ze zei gelukkig dat het niet erg was en dat ik wel gewoon kon proberen en dan zagen we het wel. Alle rijtjes van declinaties en naamvallen die nog enigszins waren blijven hangen, moesten mij door die toets slaan, en na anderhalf uur alles neerpennen wat ik nog wist, leverde ik mijn toets in. Enerzijds tevreden dat hij voor het feit dat ik totaal onvoorbereid was nog redelijk ging, maar anderzijds teleurgesteld dat ik het niet van te voren wist, want alleen als je op alle tussentijdse toetsen een voldoende haalt, ben je vrijgesteld van het eindexamen, dus die kansen waren nu wel verkeken.
Gister (maandag) had ik weer Latijn, en na eerst wat ingewikkelde theorie te hebben uitgelegd, begon de docente ineens de nagekeken toetsen uit te delen. Dat was zeer verrassend, want normaal duurt zoiets hier twee weken voordat je je cijfer te horen krijgt. Na een paar vreugdekreten maar ook balend gemopper achter me, kreeg ik mijn toets onder m’n neus geschoven: ik had een 5! Misschien denk je, waarom zou je blij zijn met een 5, want dat betekent dat je het net niet hebt gehaald! Maar dit is nou het geweldige van Spanje, hier ben je aprobado, oftewel geslaagd, met een 5!!! Hoe geniaal! Ik kon het niet geloven: als ik hier na een week ziek op bed te hebben gelegen een toets kan halen zonder er voor te leren en zonder dat ik überhaupt alle stof heb gehad, dan moeten die andere toetsen ook lukken. De hele weg terug naar huis op de fiets kon ik alleen maar lachen. Ik had de toets gewoon gehaald! En dus ben ik nog steeds in de running voor de vrijstelling van het eindexamen! Vlak voordat ik afsla naar mijn straat, valt mijn oog op zo’n grote groene lichtgevende plus die al die apotheken hier hebben: 21.54u zegt hij. “Huh,” denk ik, “ik was toch half negen klaar met die toets? Hoe kan het nu dan al tien uur zijn?” Nog zoiets geweldigs, het is al meer dan een week geleden dat de wintertijd in heel Europa is ingegaan, maar nog steeds zijn er Spanjaarden die hun klok niet hebben aangepast: deze apotheek niet, en zondag zag ik dat de klok in mijn internetcafé ook nog steeds de zomer in de bol heeft: heerlijk, ik hou van dit land.